Iedere derde dinsdag in september is het Prinsjesdag. Op die dag rijdt de koninklijke familie in de gouden koets, dragen belangrijke mensen een hoedje en leest koningin Beatrix de Troonrede voor.
Troonrede
De Troonrede is een toespraak. De koningin vertelt namens de regering hoe het met het land gaat en vooral hoe het verder moet. Alle ministers en staatssecretarissen zijn erbij.
De minister die over geld gaat heeft op Prinsjesdag altijd een koffertje bij zich. In het koffertje zit de Miljoenennota. Daarin staan alle plannen die met geld te maken hebben voor het komende jaar.
Prinsjes
De naam 'Prinsjesdag' is al heel oud. Eigenlijk was het de verjaardag van prins Willem de vijfde. Die leefde van 1748 tot 1806. Prinsjesdag was toen net zoiets als koninginnedag nu. Omdat het zo'n belangrijke feestdag was, heeft de regering die naam later aan een andere belangrijke dag gegeven. De dag dat de koningin aan het volk vertelt wat er het komende jaar gaat gebeuren.
Ridderzaal
De koningin leest de Troonrede voor in de Ridderzaal op het Binnenhof in Den Haag. De zaal is in 1280 gebouwd. In de Ridderzaal luisteren de ministers en de leden van de Eerste en de Tweede Kamer naar de Troonrede.
Na de Troonrede gaat de koningin weer naar haar paleis. Vanaf het balkon zwaait de familie dan altijd even naar de mensen.