Verzetsstrijders stelen miljoenen uit een bank

Dertien geldkisten vól met briefgeld zijn gestolen uit een bankgebouw in Almelo. Op 15 november 1944 wordt de grootste bankroof uit die tijd gepleegd: meer dan 46 miljoen gulden (mensen betaalden in Nederland toen met guldens in plaats van met euro's).

De Nederlandse regering wist wat de dieven van plan waren. Ze hebben zelfs gezegd dat dat mag!

Verzet

De dieven zijn mensen die in het verzet zitten. Dat zijn Nederlanders die zich verzetten zich tegen het Duitse leger. In het diepste geheim helpen ze bijvoorbeeld Joden aan valse paspoorten of een plek om zich te verstoppen.

Ze zitten ook Duitse soldaten dwars, bijvoorbeeld door hun auto's kapot te maken of ervoor te zorgen dat ze niet meer kunnen bellen.

In 1944 zijn duizenden treinmachinisten aan het staken om de Duitsers dwars te zitten. Om ervoor te zorgen dat zij tóch eten kunnen kopen, is de bankroof bedacht.

Het geld van de bank zou eigenlijk naar Duitsland gaan, maar het verzet wilden dat tegenhouden. Het idee voor de diefstal is van Derk Smoes. Hij heeft gewerkt bij het kantoor van de bank, dus weet precies waar het geld wordt bewaard.

In het geheim maken ze een plan en al snel lukt het om binnen te komen. De kisten met geld worden in een vrachtwagen gezet en naar een boerderij gereden.

Boos

De Duitsers zijn ontzettend boos. Ze willen het geld zo snel mogelijk terugkrijgen. In een krant zetten ze een advertentie. Iedereen die een tip heeft over de diefstal moet dat melden. Er staat een beloning van een miljoen gulden klaar voor de persoon die de verzetsgroep aangeeft bij de politie.

Oproep getuigen bankoverval Almelo 1944
NIOD
Naar overzicht